Terug naar de beginpagina

MODELSPOORWEGBOUW

Hoe het allemaal begon
Hoe gaan wij beginnen
Kiezen van een onderwerp
De schalen per stuk bezien
Welke schaal, welk merk
Welk systeem
Welk tijdperk
Het thema (plannen)
Het Sporenplan
Ontwerpen
Het station

> De bouw van de spoortafel


Modelspoorwegbouw


- Het station (vervolg) -

Het kopstation
Het hiervoor getoonde station is slechts een bepaald type uit vele mogelijkheden. Het betrof hier een zogenmaand doorgangsstation. De trein komt aan een zijde van het station binnen, en gaat er aan de andere zijde weer uit. Maar dit is niet het enige type station.

We kennen bijvoorbeeld ook het zogenaamde kopstation waar de trein binnenrijdt, maar niet in dezelfde richting kan doorrijden (bijvoorbeeld station Zandvoort). Een kopstation ligt aan het eind van een spoorlijn. Kopstations zorgen daarom voor het nodige rangeerwerk alvorens een trein weer kan vertrekken.
Tenminste als het een getrokken trein is. Een lokomotief met een koppel wagons erachter. De lok moet dan losgekoppeld worden, 'omrijden' en aan de andere kant van de trein weer vastgekoppeld worden om te vertrekken in de richting van waaruit hij gekomen is. Met een beetje handigheid zijn deze treinbewegingen wel te automatiseren.

Soms staat een tweede lokomotief op een lokomotiefspoor al te wachten tot de trein is binnengelopen om dan aan de 'achterkant' aan te koppelen. De trein kan hierdoor aanzienlijk sneller vertrekken.

modelbaan

In bovenstaand schema ziet u hoe dat in z'n werk gaat. Een trein loopt binnen langs het perron op spoor 1. De lokomotief koppelt af en rijdt via wissel 1 (W1) en wissel 2 (W2) door naar het opstelspoor 3. Daarvandaan rijdt de lok terug en koppelt aan de achterzijde weer aan de stam wagons die nog op spoor 1 staat. Vervolgens is de trein weer gereed om te vertrekken in de richting vanwaar hij kwam.

Ingeval er twee lokomotieven beschikbaar zijn kan de tweede lokomotief reeds wachten op spoor 3 tot de trein is binnengelopen en dan direkt aankoppelen. Zodra deze trein vertrokken is rijdt de afgekoppelde eerste lok terug naar het wachtspoor 3 om bij de volgende trein achter aan te koppelen enzovoort.

Deze gang van zaken gaat op bij elektrische en diesellokomotieven omdat deze even gemakkelijk twee kanten op kunnen rijden. Bij stoomlokomotieven is dat anders. Om de goede kant voor te krijgen zou spoor 3 voorzien moeten worden van een draaischijf.

De 'durfals' onder ons zouden van het ovaal als grondvorm kunnen afstappen en een trajekt kunnen bouwen met twee kopstations. De combinatie van kopstation en doorgangsstation bevalt u misschien beter.
In de eerdere voorbeelden zijn we van de gebruikelijke rechthoek als ondergrond voor de modelbaan uitgegaan. Dat hoeft natuurlijk niet. Zeker als u een ruimte tot uw beschikking heeft die speciaal voor de modelbaan bedoeld is kunt u in elke gewenste vorm bouwen.

Het bouwen van de spoortafel

U kunt uw spoorbaan op een plank bouwen die van kleine wieltjes is voorzien en aan de bovenkant afgedekt kan worden. Na het rijden met de trein rolt u de kleine wereld eenvoudig onder uw bed.

Of bevestig aan het plafond vier katrollen waarmee de spoorbaan na het spel tot onder het plafond getild kan worden.
Of maak uw spoorplaat opklapbaar tegen de wand. Het zijn mogelijkheden, maar alle niet zo ideaal. In alle gevallen moeten alle onderdelen - denk ook aan strooisel e.d. - muurvast op de plaat gemonteerd zijn en dient het geheel toch wel - ook aan de onderkant - netjes afgewerkt te zijn.

Het mooiste is en blijft een ruimte waar de modelspoorbaan vast kan blijven staan. Het onderstel bestaat dan uit een getimmerd raamwerk. Afhankelijk van de grootte van uw modelbaan kunt u er nu voor kiezen om het gehele raamwerk met een houtplaat te bedekken of alleen materiaal te plaatsen waar de rails komt te liggen. Bij deze laatste bouwwijze kunt u op een veel creatievere manier met hoogteverschillen omgaan. U kunt dalen en andere niveauverschillen in het terrein aanbrengen die lager zijn dan de spoorbaan zelf.

Het overige landschap weegt niet veel en daarvoor zijn legio mogelijkheden om bijvoorbeeld met stevig papier of horre- of kippegaas het landschap vorm te geven. Op het gaas kunnen we kant-en-klare grasmatten lijmen of pakpapier dat we met een dunne gipsbrij betrijken.
Na het drogen wordt de gips geverfd met plakkaat- of etaverf en met strooimateriaal beplakt. Ook voor de stations, de stad of fabrieken wordt een vaste ondergrond aangebracht dat is vastgeschroefd aan het raamwerk van de houten bovenbouw.

Next