Terug naar de beginpagina

MODELSPOORWEGBOUW

Hoe het allemaal begon
Hoe gaan wij beginnen
Kiezen van een onderwerp
De schalen per stuk bezien
Welke schaal, welk merk
Welk systeem
Welk tijdperk

> Het thema (plannen)

Het Sporenplan
Ontwerpen
Het station
De bouw van de spoortafel


Modelspoorwegbouw


  • Plannen van de modelspoorbaan (rangeren of rijden of scenery)
  • Het THEMA

    De modelspoorbaan moet eigenlijk een zo natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid zijn. Wij gaven al eerder aan dat daaraan vele concessies gedaan moeten worden. Gebrek aan voldoende ruimte maakt het onmogelijk het gehele spoorbedrijf in miniatuur na te bouwen. Maar ook de lengte van de trajekten van uw modelspoorbedrijf benaderen zelfs maar niet de schaalafstand van de werkelijkheid. Rekent u maar na, het trajekt Amsterdam – Utrecht is circa 30 kilometer lang. In schaal H0 is dit nog altijd (30 km: 87=) 344 meter! Concessies moeten er dus gedaan worden en slimmigheidjes bedacht om het gemis aan lengte te verbloemen. Velen maken de fout om alle aspecten op een veel te kleine ruimte samen te persen waardoor de beperkingen versterkt naar voren komen en de natuurgetrouwheid weg is. Het enige wat u overhodut is een speelbaantje.

    U dient zich dus af te vragen wat u wilt uitbeelden en wat u kunt uitbeelden op de beschikbare ruimte. Neem een schrijfblok en noteer uw interesses. Wat boeit u nou zo aan het spoorbedrijf? Zijn het bijvoorbeeld de grote emplacementen waar reizigers en goederentreinen behandeld worden? Of is het de lokaalspoorweg met zowel goederen- als reizigersvervoer? Een vaak gebruikt thema is de hoofdbaan met aftakkende zijlijn. Hierbij kunt u op een zogenaamde ‘paradestrecke’ uw snelle intercity’s laten voorbijrijden, terwijl de boemeltrein of railbus aftakt en (door de bergen) zijn weg vindt naar een klein station waarvandaan forensen en scholieren naar de grote stad gebracht worden.

    Andere onderwerpen zijn: Een grensovergang. Hier verwisselen treinen vaak van lokomotief. Mogelijkheid voor het behandelen van goederentreinen. Of de industriebaan. Industrieen worden meestal in de nabijheid van spoorbanen gevestigd. Een aansluiting met het spoorwegnet geeft voor de industrie een direkte mogelijkheid om produkten snel te kunnen afvoeren. Hoe groter de fabriek hoe groter ook het eigen spoorwegnet op het fabrieksterrein. Denk bijvoorbeeld eens aan de hoogovens! Dit bedrijf heeft een enorm spoorcomplex binnen het bedrijf met eigen lokomotieven en wagons!

    Andere voorbeelden van industriebanen zijn de steenslagfabriek of grindgraverij. Een spoor voert tot onder de stortinstallatie. Met een kleine dieselloc worden de volle wagons op zijsporen geduwd om later opgehaald te worden.

    Een geliefd onderwerp is de romantische spoorbaan. Nu de eenvormige gele elektrische treinen door het landschap suizen, denken velen nog met weemoed aan de puffende en dampende stoomtrein terug. Op een enkeling na die in het spoorwegmuseum te vinden is zijn ze ten prooi gevallen aan de slopershamer. Op de modelbaan daarentegen kunt u oude tijden laten herleven! Vele merken brengen modellen uit de goede oude tijd op de markt zodat u uw droom ten volle kunt herleven. Een van de bekendste lokomotieven is de ‘Bello’, de goede oude T3 stoomlok waarvan er nog een in stand wordt gehouden door de Stoomtram Hoorn – Medemblik. Grotere stoomloks zijn te zien bij de museumlijn van de ZLSM. De T3 is door onder andere Fleischmann in HO uitgebracht. Uiteraard inclusief de bijbehorende oldtimerwagons.

    Het sporenplan is ook afhankelijk van de tractie die u op uw modelbaan wilt gebruiken.

    draaischijf Wilt u met stoommodellen gaan rijden? Dan zult u in het sporenplan rekening moeten houden met een draaischijf, asputten, waterkranen e.d.

    Dieseltreinen of electrische treinen? Bij gebruik van elektrische modellen bent u bijna verplicht bovenleiding aan te brengen. bovenlEen elektrische lokomotief ontvangt zijn energie nou eenmaal van de draad boven de lok.

    Tenzij het u natuurlijk niets uitmaakt en u met doelloos omhoogstekende pantografen de lok over de baan laat rijden. Dat mag, alles mag in modelspoorland, maar ik laat u alleen maar even weten dat het niet volgens de werkelijkheid is.

    Grote diesellokomotieven worden veel gebruikt op nevenlijnen om forensendiensten te onderhouden. En (middel)grote stations hebben altijd wel een of meerdere diesellokjes op het emplacement om rangeerbewegingen uit te voeren. Soms zijn niet alle sporen van bovenleiding voorzien, maar alleen de hoofdsporen omdat de dieselloks het rangeerwerk voor hun rekening nemen. Met elektrische loks wordt nauwelijks gerangeerd.

    Uitzondering op de regel is Zwitserland waar – door goedkope stroom dmv ‘witte steenkool’ – met kleine elektrische rangeerloks gewerkt wordt en alle sporen geëlectrificeerd zijn.

    Heeft u al in gedachten van welk modelspoorbedrijf u directeur gaat worden?

    Het sporenplan dat u gaat ontwerpen is een van de belangrijkste zaken bij de bouw van een modelbaan. Het is de ruggegraat van het geheel en bepaalt of u na de bouw nog vele jaren plezier van uw modelbaan heeft of dat deze na opgebouwd te zijn snel uw aandacht verliest.
    Het is verstandig om eens op stations naar de ligging van de sporen te kijken of sporenplannen eens uit te pluizen naar het waarom van de plaatsing van de wissels, (opstel)sporen, goederensporen etc.

    Omdat een maatschappij zo economisch mogelijk haar bedrijf zal exploiteren kunt u ervan opaan dat er geen wissel teveel ligt en dat elke wissel of spoor zo ligt en niet anders om bepaalde noodzakelijke manouvres te kunnen uitvoeren met zo min mogelijk treinbewegingen en een minimum aan risico’s. Richtlijnen in het echte bedrijf gaan ook op voor uw modelspoorbedrijf. Natuurlijk, moeten wij meer concessies doen door gebrek aan ruimte.

    Maar het gaat erom dat uw modelspoorbaan er zo realistisch mogelijk uitziet. En dan is het natuurlijk ook zaak om ervoor zorg te dragen dat er een motief is waarom er überhaupt sporen dienen te liggen. Want een spoortrajekt wordt niet zomaar neergelegd. Ook worden tunnels in heuvels niet gegraven, liever maakt men een geul of gaat eroverheen of eromheen, In het hooggebergte vinden we geen zeehaven, en worden bruggen en viadukten niet aangelegd als er niets te ‘overbruggen’ valt.

    U stijgt met uw modelbaan alleen dan boven het ‘treintje spelen’ uit als ook op uw baan de treinen een zinvolle functie vervullen. Daarbij hebben we al aangegeven dat u niet het hele spoorbedrijf kunt nabouwen, maar daaruit een onderwerp, een thema dient te zoeken.

    Bij de keuze van het motief is natuurlijk de beschikbare oppervlakte van belang. U begrijpt dat als u het centraal station te Amsterdam op schaal wilt nabouwen, u aanzienlijk meer ruimte nodig heeft dan voor de halte Zeist-Driebergen.

    Indien u probeert op een te kleine ruime toch een groot stationsemplacement na te bouwen, dan vervalt u in de fout die veel beginnende modelbouwers maken: veel te veel rails op een te klein oppervlak.

    Een rechthoek van drie tot vier meter lang en een diepte van 1.50 meter zijn toch we de minimale afmetingen voor een modelspoorbaan in de schaal H0 als u het thema hoofdbaan met zijlijn wilt nabouwen. De hoofdbaan komt links en rechts uit tunnelingangen en op het rechte stuk kunnen dan sneltreinen verkeren. De eigenlijk te scherpe bochten zijn verscholen in de tunnels en worden daardoor aan het oog van de toeschouwer onttrokken. Dit stukje dient louter en alleen om de illusie van een baanvak tussen twee grote stations te wekken en om daarop uw snelle treinen te laten ‘paraderen’.

    De stations moeten erbij gefantaseerd worden omdat daarvoor op de beperkte ruimte geen plaats is. Wel is er ruimte voor het zogenaamde zijlijnstation dat tevens eindpunt is van het neventrajekt.

    Wie niet zo veel ruimte heeft maar toch een zo compleet mogelijk spoorbedrijf wil bouwen is het neventrajekt aan te raden. Het trajekt bestaat uit 1 spoor, de stations zijn relatief klein en ook de perrons hoeven niet zo lang te zijn. Verder stoort het niet als de bochten wat krapper zijn omdat op dit soort trajekten toch geen sneltreinwagons verkeren. Bij krappe bochten gaan de lange rijtuigen ‘overhangen’ hetgeen geen aantrekkelijke aanblik heeft.

    Neventrajekten bieden vaak ook de mogelijkheid om prachtige landschappen te bouwen, denk bijvoorbeeld eens aan het ‘Zwarte Woud’. U hoeft zelfs niet van sneltreinen af te zien op nevenbanen omdat – in Duitsland – het regelmatig voorkomt dat sneltreinen omgeleid worden over zijlijnen.



    Next